Logo

Budokai Leiden

Wado Ryu karatedo in Leiden

Woordenboek

De onderstaande woordenlijst geeft vertalingen en uitleg bij de meest gebruikte Japanse termen binnen karate.

Karatedo betekent "Weg van de lege hand" (kara = leeg, te = hand, do = weg).
Wado Ryu betekent "School van de weg van de harmonie" (wa = harmonie, do = (levens-)weg, ryu = school / stijl).
Budokai betekent letterlijk "Organisatie Japanse Krijgskunsten" bu = krijg, do = weg, kai = organisatie).

NB: Dit woordenboek geeft de schrijfwijze, maar niet de uitspraak van Japanse woorden weer.

Algemene woorden

Diversen

  • yoi = gereed staan
  • hajime = begin, start
  • yame = stop
  • kyukei = rust, pauze
  • kekka = geheel
  • hanka = half
  • shizen = natuurlijk
  • heiko = parallel
  • hon = hoofd, belangrijkste
  • fumi = stampen
  • fumikomi = stamp
  • osae = duwen
  • harai= wegvegen
  • sukui = (op)scheppen
  • jun = overeenkomst
  • gyaku = tegengesteld
  • otogai = iedereen, elkaar
  • sensei = leraar
  • ko = boog
  • kosa = kruis
  • hasami = schaar
  • to = mes / zwaard
  • nuki = speer, "doorborend"
  • yama = berg
  • ji = letter
  • neko = kat
  • ki = paardrijden
  • ba = paard
  • hakutsuru = kraanvogel
  • -ka = beoefenaar
  • kai = groep (van beoefenaars)
  • kan = club, vereniging

Bijvoegelijke naamwoorden en voorzetsels

  • o- = groot
  • ko- = klein
  • hira = plat
  • kutsu = gebogen
  • hei = gesloten
  • kai = open
  • musubi = gebonden

Telwoorden

  • ichi = 1
  • ni = 2
  • san = 3
  • shi = 4
  • go = 5
  • rochu = 6
  • sichi = 7
  • hachi = 8
  • kyu = 9
  • jiu =10
  • hyaku = 100

Richtingen en plaatsen

  • jo = plaats
  • sonoba = op dezelfde plaats
  • zen / mae / shomen = voorkant
  • ko = achter, achterkant
  • migi = rechts
  • hidari = links
  • mahanmi = zijzicht
  • hanmi = half-zijzicht
  • mashomen = voorzicht
  • uchi = binnen
  • soto = buiten
  • choku = recht
  • yoko= zijwaarts
  • tate = vertikaal
  • age = omhoog
  • otoshi = vallend, omlaag
  • kagi = hoek
  • sei = normaal, recht
  • seiretsu = in rechte rij gaan staan
  • shiko = vierkant
  • sabaki = hanteren, verplaatsen
  • mawashi = draaiend
  • mawatte = omdraaien
  • tobi = springen
  • nagashi = schoon/weg vegen

Lichaamsdelen

  • tai = lichaam
  • jodan = hoog (keel en hoger)
  • chudan = midden
  • gedan = laag (lager dan band)
  • nakazumi = centrale lichaamsas (vertikaal)
  • atama = hoofd
  • men = gezicht
  • ganmen = middendeel van het gezicht
  • shamen = slaap
  • suden = punt tussen de ogen
  • me = oog
  • ago = kin
  • nodo = keel
  • kubi = nek
  • mune = borst
  • chushin = centrum, middel, hart
  • suigetsu = solar plexus
  • kin = maagstreek
  • hara = buik
  • do = zijde van de romp
  • kata = schouder
  • no = arm
  • ninode = bovenarm
  • hiji = elleboog
  • kote / ude = onderarm
  • ude = pols, arm
  • tekubi = pols
  • te / shu = hand
  • shotei = handpalm
  • teisho = muis van de hand
  • haishu = buitenkant van de hand (pinkkant)
  • haito = zijkant van de hand (duimkant)
  • ken = vuist
  • yubi = vinger
  • oyayubi = duim
  • koshi = heup
  • ko = dij
  • hiza = knie
  • sune = scheen
  • soku = voet
  • ashi = voet
  • kakato = hiel

Termen en groeten

  • kon mi chi wa = hallo
  • domo arigato = bedankt
  • domo arigato gozai mashita = hartelijk bedankt

Budo termen

Concepten

  • kamae = gevechtshouding
  • tai-sabaki = lichaams-verplaatsing
  • hara = centrum van het lichaam
  • ki = energie, innerlijke kracht
  • kime = focussen van ki
  • kiai = strijdkreet
  • mokuso = mediteren
  • zan-shin = "overblijvende geest", alertheid, openheid, klaar zijn voor alles
  • bu = krijg, als in krijger, krijsgkunst, etc.
  • do = weg. Een levensweg. (tao in Chinees)
  • jutsu = kunst, techniek.
  • rei = buigen, groeten
  • reishiki = budo etiquette
  • do-jo = weg-plaats, trainingsruimte voor martiale kunsten
  • shinzen = shinto-altaar

Technieken

  • tachi = stand
  • waza = techniek
  • tsuki / zuki = stoot
  • geri / keri = trap
  • uchi-waza = slag-techniek
  • uke-waza = wering-techniek
  • ate-waza = techniek met kort bereik (b.v. elleboog- & knie-technieken)
  • nage = worp

Oefenvormen

  • kihon
  • kata
  • kumite
  • renrakuwaza

Bewegingen

Lichaamsverplaatsingen

  • ayumi-ashi = één stap
  • surikomi-ashi = twee stappen
  • okuri-ashi = dubbele stap, eerst uitstappend, dan bijstappend
  • tsugi-ashi = dubbele stap, eerst bijstappend, dan uitstappend
  • mawatte = 180° draai op de plaats

Bewegingsprincipes

  • noru = meebewegen
  • nagasu = "wegdrijven", ontwijken
  • inasu = deflecteren
  • irimi = binnendringen
  • kuzushi = balans verstoren

Reishiki (budo etiquette)

Voor alle kyu- en dangraden is kennis van de budo-etiquette vereist. Hieronder staan de belangrijkste termen op dit vlak vermeld.

dojo ruimte of plaats waar de martiale kunsten worden beoefend. Letterlijk: de plaats (jo) waar de weg (do) wordt bestudeerd.
seiretsu in een rechte rij staan
seiza formele zithouding (benen onder gevouwen)
chakuza gaan zitten
mokuso meditatie, stil houden van gedachten
rei buigen als groet
ritsurei staand buigen
zarei buigen zittend in seiza
shomen voorkant - ereplaats in de dojo waar zich portretten van leraren (kamiza), budosymbolen of een shinto-altaar (shinzen) bevinden
sensei (gata) leraar (leraren)
otagai iedereen, elkaar
shomin ni rei groeten naar de shomen
sensei ni rei groeten voor de leraar
otagai ni rei groeten voor elkaar
kiritsu opstaan
yoi klaar / gereed staan
hajime begin, start
yame stop
mawatte omdraaien
migi rechts
hidari links
kyukei rust, pauze
kon mi chi wa hallo
hajime mashite hoe gaat het er mee
sayonara tot ziens
domo arigato gozai mashita hartelijk bedankt
bakayaro idioot