Logo

Budokai Leiden

Wado Ryu karatedo in Leiden

Onderdelen in de les.

 

 

Conditie.
Aan de opbouw van de basisconditie wordt veel aandacht besteed. Vooral flexibiliteit en ontspanning zijn onmisbaar om kracht en snelheid te kunnen ontwikkelen in de bewegingen. Met specifieke oefeningen wordt het lichaam geschikt gemaakt voor het rijke arsenaal van technieken.  

Basistechnieken.
De basistechnieken (kihon) worden afzonderlijk en in combinaties (renzokuwaza) aangeleerd. In de basistraining worden deze technieken geperfectioneerd.

Kata.
Kata worden wel de encyclopedie van het karatedo genoemd. Het is een didactisch hulpmiddel in de vorm van solo oefeningen: in een vaste, logische reeks van verdedigings- en aanvalstechnieken worden denkbeeldige tegenstanders uitgeschakeld. De technische en tactische inzichten, die aan kata ten grondslag liggen, zijn het resultaat van vaak eeuwen martiale ervaring. De applicaties van de solo kata worden weer beoefend en bestudeerd in de vorm van partneroefeningen.  

Kumite.
Het onderdeel kumite speelt een grote rol in het Wado Ryu en betekent letterlijk "ontmoetende handen". Het bestaat uit aanval en verdediging met partner. Dit kan in de vorm van het vrije gevecht of als een kata voor twee personen. Ook wanneer de technieken zijn voorgeschreven, moet kumite echter met dezelfde spirit worden uitgevoerd als een echt gevecht. Een specifiek onderdeel is idori, een kumite beoefend vanuit de zithouding op de onderbenen. Populair is het wedstrijdkarate, het zogenaamde shiai kumite.

Vastpakken, werpen en grondtechnieken.
Behalve verdedigingen tegen trap-, slag- en stoottechnieken leert het Wado Ryu ook verdedigingen tegen vastpakken. Daarnaast is er een grote verscheidenheid aan worpen en grondtechnieken, waarmee een tegenstander op de grond geneutraliseerd kan worden.

Wapenverdedigingen.
Verdedigingen tegen aanvallen met wapens zijn onderdeel van het curriculum voor gevorderden. Dit betreft vooral het bestuderen van verdedigingsprincipes tegen de meer traditionele wapens; zoals het mes, de stok en het Japanse zwaard.

Oefenvormen.
- Tandoku doza (solo) kata.
Kihon kata; Pinan shodan; Pinan nidan; Pinan sandan; Pinan yondan; Pinan godan; Kushanku; Naihanchi; Seishan; Chinto; Bassai; Wanshu; Niseishi; Jion; Jitte; Rohai.

- Sotai doza (partner) kumite/kata.
. Ippon kumite (enkelvoudige aanval);
. Sanbon kumite (drievoudige aanval);
. Ohyo kumite (partneroefeningen ontwikkeld vanuit het jiyu kumite);
. Jiyu kumite (vrije vorm); . Shiai kumite (wedstrijd vorm);
. Kihon kumite (principe kata met partner);
. Goshin jutsu (verdediging tegen vastpakken);
. Tanbo dori (verdediging tegen de korte stok).

- Koryu kumite.
. 36 Kumite kata;
. Idori (klassieke verdedigingsvormen zittend);
. Tanto dori (klassieke mesverdedigingen);
. Tachi dori/Shinken shiraha dori (klassieke zwaardverdedigingen).

Etiquette, veiligheid en dojo gedrag.
Budo-etiquette is een kenmerkend onderdeel van de Japanse martiale traditie. Het heeft te maken met de houding van de individu en het functioneren van de groep, niet alleen binnen de dojo maar ook daar buiten. Voor de individu betreft dit zelfbewustzijn, waardigheid, aandacht voor de medemens en de omgeving. In de omgangsvorm komt dit onder meer tot uitdrukking in het hebben van respect, het tonen van beleefdheid, behulpzaamheid alsmede het waarborgen van hygiëne en veiligheid. Een dojo is tenslotte van oudsher een ruimte waarin men zich bekwaamt in de krijgskunst, waar "dodelijke" technieken worden beoefend. Dit wordt vooral duidelijk bij het oefenen met wapens. De dojo kan worden gezien als een symbolisch slagveld waar men in theorie duizend keer kan sterven. In tegenstelling tot een echt slagveld blijf je na het maken van een vergissing in leven, waardoor je van je fouten kan leren.